Rhätische Bahn ketelwagens Uah 8131-8140

De ketelwagens Uah 8131-8140 van de Rhätische Bahn (RhB) vormen een interessante serie goederenwagens uit de geschiedenis van het Zwitserse meterspoor. Deze vierassige wagens werden gebouwd voor het vervoer van minerale olieproducten door het bergachtige kanton Graubünden. Juist door hun combinatie van compacte afmetingen, relatief grote tankinhoud en inzet op smalspoor zijn ze geliefd bij liefhebbers van RhB-goederenmaterieel en modelbouwers.
De serie bestond uit tien wagens, genummerd 8131 tot en met 8140. Ze werden in 1973 gebouwd door JMR, doorgaans aangeduid als Josef Meyer AG, Rheinfelden. De wagens liepen oorspronkelijk onder de typeaanduiding Uah. Later werden ze ondergebracht in de modernere aanduiding Za, waardoor dezelfde wagens ook bekend zijn als Za 8131-8140.
Technische gegevens
Gegeven: Waarde
Spoorwegmaatschappij Rhätische Bahn, RhB
Wagennummers Uah 8131-8140, later Za 8131-8140
Aantal gebouwde wagens 10
Bouwjaar 1973
Bouwer JMR / Josef Meyer AG, Rheinfelden
Spoorwijdte 1000 mm
Type wagen Vierassige ketelwagen
Lading Minerale olieproducten
Lengte over buffers 11,00 m
Eigen gewicht 12,10 ton
Laadvermogen 36,00 ton
Tankinhoud 42.000 liter
Maximale praktische vulling circa 40.000 liter
Toegestane vulling maximaal 95% van de tankinhoud
Maximumsnelheid 70 km/h
Constructie en bijzonderheden
De Uah 8131-8140 zijn vierassige ketelwagens met open platforms. Door de toepassing van twee draaistellen konden de wagens een aanzienlijk laadvermogen combineren met goede rijeigenschappen op het bochtige meterspoor van de RhB. Met een lengte over buffers van slechts 11 meter waren ze compact, maar met een tankinhoud van 42.000 liter toch zeer bruikbaar voor het vervoer van brandstoffen en andere minerale olieproducten.
Een belangrijk technisch detail is dat de ketel naar het midden van de wagen afloopt. Daardoor kan de inhoud zo volledig mogelijk worden gelost. Bij vloeibare ladingen is dat praktisch en economisch belangrijk, omdat restproduct in de tank zoveel mogelijk moet worden voorkomen.
De wagens mochten niet volledig tot 100% worden gevuld. Voor vloeistoffen is expansieruimte nodig, onder andere door temperatuurverschillen. Daarom gold een maximale vulling van ongeveer 95% van de tankinhoud. Bij een tank van 42.000 liter komt dat neer op ongeveer 40.000 liter, of circa 34 ton lading.
Sommige exemplaren waren voorzien van een gasretourleiding. Daarmee konden dampen bij het vullen of lossen worden teruggeleid in plaats van direct in de buitenlucht te verdwijnen. Wagens met deze voorziening waren herkenbaar aan een witte balk op de zijkant.
Van Uah naar Za
Bij de bouw in 1973 droegen de wagens de aanduiding Uah. In latere jaren veranderde de classificatie en werden ze aangeduid als Za 8131-8140. Deze wijziging past binnen de modernere Europese en Zwitserse indeling van goederenwagens, waarbij ketelwagens voor vloeibare ladingen onder de lettergroep Z vallen.
In de jaren 1996-1997 kregen de wagens nieuwe ketels. Daardoor konden ze nog lange tijd verder worden gebruikt. Op foto’s uit de periode rond 1999 tot 2004 zijn de wagens zowel met de oude aanduiding Uah als met de latere aanduiding Za te zien.
Inzet bij de RhB
De Rhätische Bahn is vooral bekend door beroemde reizigerstreinen zoals de Glacier Express en Bernina Express, maar het goederenvervoer speelde lange tijd eveneens een belangrijke rol. Voor dorpen, bedrijven en depots in Graubünden was spoorvervoer een betrouwbare manier om goederen aan te voeren, zeker in een bergachtige regio waar wegen niet altijd ideaal zijn.
De ketelwagens Uah 8131-8140 werden ingezet voor het vervoer van minerale olieproducten. Door hun laadvermogen van 36 ton en hun tankinhoud van 42.000 liter waren ze efficiënt voor relatief zware vloeibare ladingen. De toegestane snelheid van 70 km/h maakte ze geschikt voor inzet in reguliere goederentreinen op het RhB-net.
Latere status
De actuele status van alle tien wagens is niet volledig openbaar gedocumenteerd. Van enkele exemplaren is bekend dat zij later niet meer bij de RhB, maar bij de Matterhorn Gotthard Bahn (MGB) werden vermeld. Dat geldt onder meer voor de wagens 8131, 8138 en 8139, die per 1 september 2020 als overgegaan naar de MGB worden genoemd.
Voor de overige wagens is zonder actuele bedrijfs- of revisielijsten niet met zekerheid vast te stellen of zij nog actief in dienst zijn, buiten dienst zijn gesteld of een andere bestemming hebben gekregen. Daarom is voorzichtigheid geboden bij uitspraken over het aantal nog rijdende exemplaren.
Onderhoud
Tijdens hun loopbaan bij de RhB lag het onderhoud vermoedelijk bij de technische dienst van de Rhätische Bahn, met Landquart als belangrijkste werkplaats- en onderhoudslocatie. Landquart is al lange tijd een centraal punt binnen het RhB-net voor materieelbeheer en onderhoud.
Voor de wagens die later naar de Matterhorn Gotthard Bahn zijn gegaan, zal het onderhoud logischerwijs binnen de technische organisatie van de MGB vallen. Zonder actuele revisiegegevens per wagen is echter niet met zekerheid te zeggen in welke werkplaats elk afzonderlijk exemplaar tegenwoordig wordt onderhouden.
Betekenis voor liefhebbers en modelbouwers
Hoewel de Uah 8131-8140 geen bekende locomotieven of panoramawagens zijn, vormen ze een mooi voorbeeld van functioneel smalspoorgoederenmaterieel. Ze laten zien dat de RhB niet alleen toeristische treinen reed, maar ook een serieuze rol speelde in het dagelijkse goederenvervoer door Graubünden.
Voor modelbouwers zijn deze wagens bijzonder interessant omdat ze in meerdere tijdperken bruikbaar zijn. In oudere uitvoering passen ze als Uah in treinen vanaf de jaren zeventig. In latere uitvoering kunnen ze als Za worden ingezet in modernere RhB-goederentreinen. Door hun herkenbare ketelvorm, open platforms en technische details geven ze een RhB-goederentrein direct een realistisch en industrieel karakter.
De serie Uah/Za 8131-8140 is daarmee een klein, maar technisch boeiend hoofdstuk uit de geschiedenis van het Zwitserse meterspoor.